Ria Lourens (erelid) 

In 2012 speelde Rial Lourens haar laatste rol bij DOSTO in de voorstelling ERFSTUK.. Omdat ze heel lang lid is geweest en in veel voorstellingen heeft gespeeld, is ze tot Erelid benoemd.

Ter gelegenheid van haar afscheid is onderstaand interview met haar verschenen in één van onze nieuwsbrieven.

Wie is Ria Lourens?

Oh, dat weten de meesten toch wel? Gezellig, sociaal, maar kan ook heel serieus zijn. Wil altijd blijven leren, hoe oud ze ook is. Iemand met een hele drukke weekbezetting, die nooit stil zit.  


 

Hoe ben je met Dosto in aanraking gekomen?

Vanuit mijn christelijke jeugd. Leden van de Gereformeerde Jeugdcentrale van Amsterdam West zochten spelers via de kerken. Ik heb me toen opgegeven, samen met mijn nicht. Ik was 17. Toen kwam Johan de Graaff aan de deur. Met de tekst van een stuk dat ik moest lezen. Een kerststuk. Hij weet nog wel hoe het heette. Ik moest - als een soort van auditie - een stuk tekst lezen. Mijn nicht zag het en durfde toen niet meer. Maar ik werd aangenomen. Wat ik speelde? Een engel, ofzo. Ik moest opkomen met een menorah. Dit was in 1963.  

In 1968 ben ik gestopt met Dosto. Omdat ik trouwde. Zo ging dat in die dagen. Dan ging je niet door de stad om naar je club te gaan. In 1973 ben ik weer begonnen. Van de periode 1963-1968 herinner ik me dat het op veel vlakken amateuristischer was dan nu. Er werd nog gewerkt met souffleurs en mensen kenden vaak gewoon de helft van hun tekst niet. Ik herinner me nog dat we een stuk van Agatha Christie speelden, met die rechters. Die rechters zaten daar gewoon met de tekst voor hun neus. Dat kon natuurlijk ook heel goed.

Op andere vlakken was het ook wel heel professioneel. Er was contact met beroepsspelers. Die gaven advies.

We speelden in het wijkgebouw of in de Gereformeerde Kerk in West. Grotere uitvoeringen deden we in Marcanti. Dat was een hele grote zaal, dus daar moesten we goed trainen op volume om die hele zaal te bereiken. Al snel zijn we naar De Engelenbak gegaan. We spelen al zo'n 35 jaar in De Engelenbak.  

Wat zijn je leukste, grappigste of meest bizarre herinneringen aan je tijd bij Dosto?

(begint meteen te lachen:) De Meid. Decorstukken die niet werkten en jurken die tussen de deuren kwamen. De gein die we achter de coulissen hadden. Ik herinner me ook dat Lies Knapp op een brancard lag vastgebonden en dat we die ergens achter de coulissen achter lieten zodat ze geen kant op kon. Ik herinner me veel gieren en lachen. We zijn ook lange tijd met z'n allen voor voorstellingen uit eten gegaan. Dan mochten we natuurlijk niet drinken, want we moesten nog spelen. Maar ach eentje kon dan wel. Of twee.  

We deden ook een keer een stuk met echte kippen. Die had Lies geregeld. En die mochten niet in De Engelenbak blijven, dus Lies moest elke keer met die kippen naar huis. En tijdens de voorstelling, zodra het licht aanging, maakten die kippen altijd eerst een lawaai van jewelste.  

En recenter nog, bij Bouillabaisse. Toen was er iemand die vele bedrijven te vroeg op kwam. En het publiek heeft er niks van gemerkt. Je redt je. Je ervaring helpt daarbij, maar ook dat iedereen op elkaar is ingespeeld en het dan met elkaar opvangt.  

Hoe ervaar je je betrokkenheid bij Erfstuk, de productie waarmee je afscheid neemt?

Ik vind het leuk. Het is een nieuwe groep spelers, die allemaal heel aardig zijn. Ik vind het ook leuker om toch stil te staan bij mijn afscheid en niet in stilte te vertrekken, al had ik vorig jaar eigenlijk al afscheid genomen en daar vrede mee. Ik heb jarenlang met plezier bij Dosto gespeeld, maar nu is het voor mij echt wel klaar. Al zeg ik nooit nooit.

 

Klik hier om terug te gaan naar de Ledenpagina. 

E-mail